Menu

Gele trilzwam (Tremella mesenterica)

  • Gele trilzwam
  • Gele trilzwam
  • Gele trilzwam
  • Gele trilzwam
(c) Sjoerd Greydanus

De gele flappen van de gele trilzwam zijn in de herfst en de winter nauwelijks over het hoofd te zien, zeker niet als ze na regebuien tot een tiental centimeters zijn opgezwollen. Onder droge omstandigheden verschrompelen ze tot geel-oranje knopjes die soms lastig van de oranje druppelzwam te onderscheiden zijn.

De gele trilzwam parasiteert op het mycelium van schorszwammen, meestal van de paarse eikenschorszwam (Peniophora quercina). De gele trilzwam wordt vaak op door de schorszwam aangetaste takken gezien die na een storm zijn afgebroken en op de grond terecht zijn gekomen. De verspreiding van de gele trilzwam in Friesland komt dan ook grotendeels overeen met de verspreiding van de paarse eikenschorszwam.

Zie ook:

(c) Sjoerd Greydanus


Periodiciteit

Het aantal meldingen van Gele trilzwam per decade (periode van tien dagen) vanaf 1980.
De eerste twee cijfers geven de maand aan. Het derde cijfer geeft de decade aan. 1: dag 1 - 10, 2: dag 11 - 20, 3: dag 21 tot einde van de maand.


Verspreidingskaart

Gele trilzwam


ID-kaart
Wetenschappelijke naam: Tremella mesenterica
Nederlandse naam: Gele trilzwam
Friese naam: Giele trilswam
In Friesland: 950-tal meldingen in 450-tal kilometerhokken
Eerste melding: 15-01-1952, omgeving Lippenhuizen (uurhok)
Laatste melding: jaarlijks 60-tal keer gemeld