Menu

Vingerhoedje (Verpa conica)

Vingerhoedje
(c) Betty Kooistra

Sommige paddenstoelen lijken uit Friesland verdwenen te zijn, maar dan opeens verschijnt de soort opnieuw. Dat is het ook geval met het vingerhoedje. Het vingerhoedje werd voor de laatste keer in 1993 in Friesland gemeld, zowel op Terschelling als in Leeuwarden. Na bijna precies 25 jaar trof Betty Kooistra deze tere paddenstoel aan op Schiermonnikoog.

Het vingerhoedje is nauwelijks te verwarren met andere soorten. Het licht- tot donkerbruine hoedje, dat vrij van de steel hangt, is 1 tot 3 cm hoog en de steel wordt tussen de 2,5 en 11 cm lang en is 0,5-1,5 cm dik. De hol wordende en breekbare steel is fijn korrelig met banden van geelbruine schubjes. De kleur van de steel is wit of geelachtig.

Het vingerhoedje is een typische voorjaarssoort, en stelt zodanige eisen aan de standplaats, dat er in onze provincie maar een paar plekken zijn waar je ze kunt aantreffen, met name op de Waddeneilanden. In Nederland worden naast waarnemingen in de duinen vooral ook exemplaren gevonden in parken en plantsoenen.

Alle vindplaatsen hebben gemeen dat dat bodem kalkhoudend is. Ook worden veel van de waarnemingen gedaan in de omgeving van meidoornstruiken, alhoewel tot nog toe niet is aangetoond dat het vingerhoedje een mycorrhiza-vormende zwam is. De paddenstoel staat als Bedreigd op de Rode lijst vermeld.

(c) Gosse Haga


Periodiciteit

Het aantal meldingen van Vingerhoedje per decade (periode van tien dagen) vanaf 1980.
De eerste twee cijfers geven de maand aan. Het derde cijfer geeft de decade aan. 1: dag 1 - 10, 2: dag 11 - 20, 3: dag 21 tot einde van de maand.


Verspreidingskaart

Vingerhoedje


ID-kaart
Wetenschappelijke naam: Verpa conica
Nederlandse naam: Vingerhoedje
Friese naam: Fingerhuodsje
In Friesland: 12 meldingen in 11 kilometerhokken
Eerste melding: 04-05-1989, 143-600, Terschelling
Laatste melding: 01-05-2018, 208-612, Schiermonnikoog, Johan de Jongpad