Menu

15 oktober 2017 - Wie het kleine niet eert...

  • Wie het kleine niet eert...
  • Wie het kleine niet eert...
  • Wie het kleine niet eert...
  • Wie het kleine niet eert...
  • Wie het kleine niet eert...
(c) Sjoerd Greydanus

Het doel van de excursie was in eerste instantie het begraasde deel van het Leeuwarder Bos, in de hoop graslandpaddenstoelen te vinden. Het bleek dat de Schotse Hooglanders geen haast maakten met begrazing, want het gras was bijna te hoog om er normaal doorheen te lopen, laat staan om er kleine graslandpaddenstoelen te vinden. Daarom werd al snel uitgeweken naar het rommelige bosje met els, eik en andere loofbomen.

De Schotse Hooglanders hebben een route langs de rand van het bos, vandaar dat er voldoende vlaaien lagen. Helaas waren ze niet dicht bezaaid met paddenstoelen. Alleen de algemene kleine korrelinktzwam (Coprinopsis stercorea) en het oranje mestzwammetje (Cheilymenia granulata) waren zichtbaar op de mest aanwezig. De inktzwam is slechts enkele millimeters groot. De levensduur van deze kleine inktzwam is slechts enkele uren, zodat je eigenlijk geluk hebt, als de inktzwam de reis naar huis overleeft om deze met zekerheid te determineren.

Ook min of meer aan de rand van het bosje werden al snel enkele plaatjeszwammen gevonden. De bleke elzenzompzwam (Alnicola escharoides) is de algemeenste zompzwam die overal groeit waar els op enigszins vochtige bodem staat.

Al snel verlegden de 7 deelnemers hun aandacht naar de kleine, kleurrijke zwammetjes op het vochtige, half verrotte hout. Een tak was dicht bezet met kleine, felgeel gekleurde schijfjes. Nu zijn er een redelijk groot aantal soorten geelgekleurde, op hout groeiende schijfzwammetjes, maar de korte steel wees op een soort vlieskelkje. Het wilgenhoutvlieskelkje (Hymenoscyphus salicinus) heeft een voorkeur voor hout van wilg en els, maar kan ook op dood hout van andere loofbomen voorkomen (foto 1).

Daarna werd de ene na de andere dode tak of twijg aangesleept met een kleine felgekleurde ascomyceten of met een korstzwam. Eén daarvan was een oranje wasachtig schijfje. Vanwege hun bijna doorzichtige vruchtlichamen zijn wasbekertjes als groep nog wel te herkennen. Om de soorten te kunnen onderscheiden is altijd de microscoop nodig. Niervormige sporen wezen direct op het niersporig wasbekertje (Orbilia delicatula) (foto 2). Het is het algemeenste wasbekertje in Nederland. In Friesland is dit pas de tweede, microscopisch gecontroleerde vondst.

Ook korstzwammen krijgen pas een naam na microscopische determinatie. Voor het Leeuwarder Bos worden (bijna) alle determinaties door Bregtje Miedema gedaan. Tot nu toe is er elke excursie een bijzondere korstzwam gevonden, en ook nu bleek er tussen de uitgezochte korstzwammen een zeldzaamheid te zitten. Het duidelijk elfendoekje (Hypochnicium wakefieldiae) is tot nu toe in Nederland slechts een vijftal keer gevonden.

Kleine witte oorzwammetjes zijn zeer algemeen. Hoewel bijna allemaal wit en klein en schelpvormig, zijn het verschillende soorten, die alleen microscopisch met zekerheid onderscheiden kunnen worden. Van drie verschillende plekken werden oorzwammetjes meegenomen, en zeer uitzonderlijk bleken het drie verschillende soorten te zijn: het wit oorzwammetje (Crepidotus variabilis), het rondsporig oorzwammetje (Crepidotus cesatii) en het bleek oorzwammetje (Crepidotus caspari). Daarnaast werd nog een donkergekleurd schelpvormig zwammetje ontdekt. Het harig dwergoortje (Resupinatus trichotis) onderscheidt zich door het pruikje van zijn kale dubbelganger (foto 3).

Op het laatst werd nog een tak gevonden die sterk bezaaid was met miniscule zwarte vlakke schijfjes, als platgeslagen dropjes met nog een opstaand randje. Het foprouwschoteltje (Lecanidion atratum) is matig algemeen in Nederland, en komt vooral daar voor waar er ook naar gezocht wordt. Voor Friesland is deze nu voor de eerste keer gemeld (foto 4).



Statistiek
Kilometerhok: 182-581
Aantal soorten: 42
Nieuw voor kilometerhok: 13
Nieuw voor Leeuwarder bos: 13