Menu

17 augustus 2019 - Op het laatste nippertje

  • Op het laatste nippertje
  • Op het laatste nippertje
  • Op het laatste nippertje
  • Op het laatste nippertje
  • Op het laatste nippertje
  • Op het laatste nippertje
Sjoerd Greydanus

Gelukkig hadden uiteindelijk koelte en buien de hittegolf verdreven. Een week met enigszins herfstachtig weer leek een goede voorbode te zijn voor de inventarisatie in augustus. Gekozen werd voor een stukje bos waar nog weinig stippen stonden, een open gedeelte onder enkele eiken. En daar bleken we met ons vieren zo veel te kunnen vinden, dat we binnen een straal van een tiental meters konden blijven.

De kaneelkleurige melkzwam (Lactarius quietus) (foto 1) is een specifieke begeleider van eiken. Het was dus zeker geen verrassing om enkele exemplaren te vinden. Toch lijkt de kaneelkleurige melkzwam voor het Leeuwarder bos geen algemene soort. Tijdens de inventarisaties is hij tot nu toe slechts twee keer gezien.

Wie op één plek blijft, krijgt de tijd om naar het kleine spul te zoeken, dat tussen afgestorven planten en onder takken en bomen verborgen is. Op plantenresten pronkten enkele witte bolletjes, bijna mini-hazenpootjes. Dankzij deze vorm werd al snel aan inktzwammen gedacht, maar niemand wist welke kleine inktzwam op afgestorven planten groeide. Het inktzwammetje bleek stevig genoeg om een reis in de auto te overleven, en na het microscopisch bekijken van velum en sporen was de naam snel bekend. De witte halminktzwam (Coprinopsis urticicola) (foto 2) blijkt een soort te zijn met een korte fructificatieperiode. Hij verschijnt meestal in de zomer na zware onweersbuien, en lijkt na augustus niet meer voor te komen. We waren dus net op tijd voor deze interessante soort.

Tijdens de koffiepauze kon even uitgerust worden op een omgevallen, door een mos overdekte eik. Daardoor viel het oog opeens op een verspreide groep van kleine paddenstoeltjes die enigszins aan de onderkant van de stam groeiden. Door elkaar heen groeiden twee verschillende soorten, de ene met een grijzige, de andere met een bruinachtige tint. De blauwgrijze schorsmycena (Mycena pseudocorticola) (foto 3) en de lilabruine schorsmycena (Mycena meliigena) (foto 4) worden recentelijk vaker gezamenlijk op eikenstammen aangetroffen. De laatste staat nog steeds als zeldzaam te boek, maar de laatste jaren lijkt hij zo in opmars te zijn, dat het niet lang meer zal duren, voordat hij dit etiket kwijt is

Onder diezelfde eik werd ook een takje met schelpachtige zwammetjes gevonden. Ze waren enigszins donkergekleurd, en dus leken ze nog het meest op dwergoortjes. Maar omdat ook deze microscopisch gecontroleerd moeten worden, werden ze maar in het bakje gestopt. Tijdens de microscopie-ochtend van de Friese paddenstoelenwerkgroep bleek het echter om een hele andere soort te gaan. De vorm van de cheilocystiden wees op een harpoenzwam. Na enig gepuzzel werd aan het fraaie zwammetje de naam schelpharpoenzwam (Hohenbuehelia cyphelliformis) (foto 5) gegeven. De schelpharpoenzwam was nog niet eerder in Friesland gevonden, maar is in de omringende provincies een matig algemene verschijning. Vers is de hoed van de schelpharpoenzwam glad, maar bij indrogen verschijnen op de hoed kleine witte kristalletjes.

Tenslotte werden ook weer verse korstzwammen gevonden, wat direct een nieuwe soort voor het Leeuwarder bos opleverde. De melige urnkorstzwam (Sistotrema brinkmannii) is eveneens een soort die vrij algemeen is, maar in Friesland weing wordt gemeld, nu pas voor de derde keer.

Enkele waargenomen soorten...



Statistiek
Kilometerhok: 181-581
Aantal soorten: 28
Nieuw voor kilometerhok: 10
Nieuw voor Leeuwarder bos: 5