Menu

18 januari 2020 - Ondefinieerbare schoonheid

  • Ondefinieerbare schoonheid
  • Ondefinieerbare schoonheid
  • Ondefinieerbare schoonheid
  • Ondefinieerbare schoonheid
  • Ondefinieerbare schoonheid
  • Ondefinieerbare schoonheid
  • Ondefinieerbare schoonheid
Sjoerd Greydanus (1-4, 6) & Ben Engelen (5)

Een nieuw jaar moet men nooit al te moeilijk beginnen, en daarom werd de eerste excursie van 2020 in de buurt van het parkeerterrein gehouden, in een gedeelte waar tot dan toe nog geen meldingen gedaan waren. Vele op de grond liggende stammen en de slootjes maakten het stuk terrein lastig toegankelijk, waarschijnlijk was het daarom altijd gemeden.

Het gedeelte leek vooral geschikt voor op hout groeiende soorten. Het populierenhout bleek overdadig overdekt te zijn met roodbruinachtige plakkaten die bij ouder worden gele en oranje tinten kregen. Op een gedeelte kwamen merkwaardige zwarte druppels tevoorschijn (foto 1 en 2). Microscopisch bleek er niets ontdekt te kunnen worden wat determinatie zou kunnen vergemakkelijken, geen sporen, geen asci, geen basidiën, alleen maar een hyfenkluwen. Toen iemand opperde, dat het misschien wel een rode korstkogelzwam (Hypoxylon rubiginosum) kon zijn, werd een stukje in KOH gedompeld. Langzaam verkleurde de vloeistof oranje, en was het vermoeden bevestigd. Kogelzwammen hebben namelijk in KOH oplosbaar pigment. Omdat de rode korstkogelzwam een complex van verschillende, sterk op elkaar gelijkende soorten is, zal tot de herfst gewacht moeten worden om de soort definitief op naam te kunnen brengen.

Op verschillende plekken werd de algemeenste korstzwam van het Leeuwarder bos gevonden: de berijpte schorszwam (Peniophora lycii) (foto 3). De berijpte schorzwam groeit op loofhout, maar heeft verder geen voorkeur voor een houtsoort. Met verschillende type cystiden is de berijpte schorszwam vooral microscopisch erg interessant.

Op een stuk populier groeiden massaal kleine, bruinbehaarde bekervormige zwammetjes, het breedsporig hangkommetje (Merismodes anomala) (foto 4). Uiterlijk lijken ze op ascomyceten, maar onder de microscoop blijken deze kleine bekertjes geen asci, maar basidiën te hebben. Het breedsporig hangkommetje lijkt veel in de wintermaanden voor te komen, en schijnt bovendien graag te willen groeien in op voormalig bouwland aangelegde bospercelen. Het werd voor de eerste keer in het Leeuwarder bos aangetroffen.

Een tweede nieuwe vondst voor het Leeuwarder bos werd pas tijdes de microscopie-ochtend ontdekt, toen alle stukjes hout nog eens goed bekeken werden. Het beukenspinragschijfje (Arachnopeziza aurata) had zich diep verstopt in een spleet van een tak. De Nederlandse naam is enigszins misleidend, omdat het beukenspinragschijfje op verschillende boomsoorten voorkomt. Het miniscule zwammetje staat als algemeen bekend, maar vermoedelijk is het zeer algemeen, maar wordt het nauwelijks ontdekt door zijn verborgen bestaan (foto 5).

Op het parkeerterrein in het gras stond nog een klein groepje donsvoetjes, één van de weinige plaatjeszwammen die tijdens deze excursie werden gezien (foto 6).

Enkele waargenomen soorten:



Statistiek
Kilometerhok: 182-581
Aantal soorten: 28
Nieuw voor kilometerhok: 4
Nieuw voor Leeuwarder bos: 2