Menu

20 juni 2020 - Boven het maaiveld

  • Boven het maaiveld
  • Boven het maaiveld
  • Boven het maaiveld
  • Boven het maaiveld
  • Boven het maaiveld
  • Boven het maaiveld
  • Boven het maaiveld
Sjoerd Greydanus

Na enkele regenbuien en het verschijnen van paddenstoelen in parken en tuinen was er weer voldoende optimisme om het Leeuwarder bos te bezoeken. Ook deze excursie werd gekozen voor een deel waar nog geen paddenstoelen geregistreerd waren. Vanaf de parkeerplaats aan de Troelstraweg leek dit gedeelte het gemakkelijkst te bereiken langs het graspad aan de rand van het bos. Gelukkig was het pas gemaaid, zodat het pad begaanbaar was. Na maaien kunnen vaak graspaddenstoelen verschijnen, maar dat leek nu niet het geval te zijn. Tussen het gemaaide gras werd alleen de bleke franjehoed (Psathyrella candolleana) gevonden, een soort die meestal op ondergronds hout groeit (foto 1).

Door de ondergroei van brandnetels, berenklauw of braam is in de zomer het bos moeilijk toegankelijk, zo niet onbegaanbaar, maar aan de rand zijn er zo nu en dan open plekken. Dit keer bevond de open plek zich onder beuken, en onder beuken is het altijd de moeite waard om naar de beukendopgeweizwam te zoeken. En zo waar, onder het bladerdek werden zelfs vrij forse exemplaren van de beukendopgeweizwam (Xylaria carpophila) gevonden (foto 2). Verder leek het onder de beuken nog te droog te zijn. Op een halfvergane stam werd aleen nog een rottende zadelzwam (Polyporus squamosus) aangetroffen (foto 3).

Als er geen zichtbare paddenstoelen zijn, rest niets anders dan met een loep afgestorven plantenstengels te bestuderen. Met name op brandnetel komen vele soorten voor, en dus verdwenen enkele stengels in een bakje. De soorten die het meest op de brandnetelstengels voor kwamen waren het brandnetelvulkaantje (Leptosphaeria acuta) en het gewoon geleikelkje (Crocicreas cyathoideum). Maar hier en daar waren ook bruinige, enigszins donzige kommetjes zichtbaar. Onder de microscoop vielen al snel de donkergekleurde, in het merendeel rondachtige cellen op. Een naam was daardoor niet moeilijk te vinden. Het brandneteluitbreekkommetje (Pyrenopeziza urticicola) is in Nederland nog niet vaak gemeld. En in Friesland is dit de eerste vondst.

Daarna werd het tijd om een ander terrein te bezoeken. Gekozen werd voor een deel met eiken, maar dat leverde weinig op, behalve het restant van een door slakken opgegeten paddenstoel. Omdat het langzamerhand warmer begon te worden, besloten we om via het gemaaide gras terug te lopen, een goed besluit, want het maaiveld bleek rijkelijk met paddenstoelen bedeeld te zijn. Op verschillende plekken stond de kastanje-inktzwam (Parasola auricoma) (foto 4 en 5). Volgens de literatuur komt deze soort vooral op houtsnippers voor, of op plekken waar ooit houtsnippers hebben gelegen. Of dat hier het geval is geweest, blijft de vraag. Misschien is de rijke grond in combinatie met het gemaaide gras voor deze soort ook voldoende.

Naast het geelbruin plooirokje (Parasola leiocephala) werd op de grasstrook ook nog de vroege leemhoed (Agrocybe praecox) gezien (foto 6). De vroege leemhoed is een algemene soort die specifiek in het voorjaar verschijnt.

Enkele waargenomen soorten zijn...



Statistiek
Kilometerhok: 181-581
Aantal soorten: 19
Nieuw voor kilometerhok: 5
Nieuw voor Leeuwarder bos: 1