Menu

21 juni 2020 - Verscholen in een holletje

  • Verscholen in een holletje
  • Verscholen in een holletje
  • Verscholen in een holletje
  • Verscholen in een holletje
Sjoerd Greydanus

Als je al vroeg in de ochtend in het bos staat, heb je een grote kans om vergankelijke paddenstoelen nog in volle glorie te zien. Met name van inktzwammen is de levensduur erg kort, zeker tijdens warmte. De tere paddenstoelen kunnen dan snel verschrompelen. Een groepje gewone hazenpootjes (Coprinopsis lagopus) stond nog fris en fruitig in de schaduw op een snipperhoop. De hoeden hadden zich al uitgespreid, en het wittige dons sluierde zich tussen de scherpe plooien (foto 1). Aan het einde van de excursie, na anderhalf uur, was er weinig meer van de paddenstoelen over.

Het werd al snel duidelijk, dat ook vandaag dood hout en plantenresten de meeste paddenstoelen zouden opleveren. Brandnetels stellen bijna nooit teleur, omdat bijna het gehele jaar door het brandnetelvulkaantje (Leptosphaeria acuta) onderaan oude stengels voorkomt. Het harde vruchtlichaam lijkt droogte goed te kunnen weerstaan. En omdat het zwarte brandnetelvulkaantje in groepen groeit, valt hij ook gemakkelijk op (foto 2). Evenals zijn waardplant komt het brandnetelvulkaantje in het gehele Leeuwarder bos zeer algemeen voor.

Ondanks de dichte begroeiing van brandnetels en kleefkruid blijven er open plekken waar je op zoek kunt naar kleine paddenstoelen. Paddenstoelen van een paar millimeter vallen niet direct op, en soms heb je een tweede kans nodig. Onder een dikke, omgewaaide wilgenstam was al gekeken, zonder resultaat, maar vanuit een andere hoek viel opeens een zeer klein wit paddenstoeltje op. Onder de loep bleek hij fijn behaard te zijn, en het gehele uiterlijk deed denken aan een inktzwammetje. Deze zou onder de microscoop verder bekeken moeten worden. De combinatie van ronde velumcellen, ellipsoïde sporen en de utriforme cheilocystiden lieten weinig andere keus dan de witte poederinktzwam (Coprinopsis candidata). De witte poederinktzwam komt vooral in loofbos op klei voor. In het noorden Groningen is hij bekend van verschillende vindplaatsen, voor Friesland is dit de eerste melding.

Op enkele centimers van deze inktzwam vandaan bleek ook nog de oranje dwergmycena (Mycena acicula) op strooisel te staan. Dankzij zijn kleur valt de oranje dwergmycena gemakkelijker op. Met reeds een twintigtal meldingen behoort dit minieme paddenstoeltje tot de algemene soorten van het Leeuwarder bos.

Franjekelkjes behoren tot één van de fraaiste groepen van de ascomyceten. Het is daarom altijd een genot om op een vermolmd stukje hout een franjekelkje te vinden, zeker als nog kleine druppeltjes tussen de haartjes aanwezig zijn. Vaak gaat het om het zeer algemeen gewoon franjekelkje (Lachnum virgineum), een soort die niet zo kieskeurig is en op allerlei soorten substraat voor kan komen, van afgestorven plantenstengels en oude beukedopjes of larixkegels tot takjes en twijgjes (foto 3). Het franjekelkje is tot nu toe vier keer in het Leeuwarder bos gevonden, gek genoeg bijna altijd in juni, hoewel de soort het gehele jaar door voor kan komen.

Enkele waargenomen soorten...



Statistiek
Kilometerhok: 182-581
Aantal soorten: 11
Nieuw voor kilometerhok: 3
Nieuw voor Leeuwarder bos: 1