Menu

Soortendag in Leeuwarder bos (Leeuwarden)

Jaarlijks organiseert het Natuurmuseum Fryslân een soortendag in het Leeuwarder Bos. Hoewel het met de voorjaarspaddenstoelen in 2015 zeer slecht gesteld was, gingen toch vier leden van de werkgroep naar het Leeuwarder Bos, in de hoop een kleine bijdrage te kunnen leveren. Het bleek een goed besluit geweest te zijn.

Het aangeplante bos staat op kleiïg-lemige grond en wordt doorsneden door schelpenpaden, op zich een ideale voedingsbodem voor een eigen paddenstoelenflora. De grond was nog zeer vochtig, en dat was ongetwijfeld de reden dat een eerste duik in het bos al een vijftal soorten opleverde. En zo waar, direct al een zeer bijzondere.

voddenbekerzwam(©Sjoerd Greydanus)
De voddenbekerzwam op een rommelig hoekje in het Leeuwarder Bos
(©Sjoerd Greydanus)


Langs een stronk, duidelijk op houtsnippers en -schaafsel stond een mooi groepje gelig-bruine bekerzwammen te pronken. Een naam kon niet direct worden gegeven, bekerzwammen zijn een lastige groep en moeten in het algemeen microscopisch gedetermineerd worden, en dan is het altijd nog spannend, of de determinatie lukt, omdat de vruchtlichamen de juiste rijpheid moeten hebben. In dit geval bleek de determinatie niet lastig te zijn: bekerzwammen op hout, met gladde sporen, een vruchtlichaam dat niet met inelkaar gevlochten hyfen is opgebouwd, leverde al snel de naam voddenbekerzwam op. De voddenbekerzwam is een soort die in Friesland slechts een vijftal keren is gemeld. Sowieso was het de eerste melding voor het Leeuwarder Bos, dus een goed begin van deze soortendag-excursie.

In hetzelfde gedeelte werden ondermeer nog de dwerghertezwam (Pluteus nanus), de oranje dwergmycena (Mycena acicularis) en het gekarteld leemkelkje (Tarzetta catinus) gevonden. De beide laatste soorten waren hier ook nog niet gemeld.

Omdat de grote paddenstoelen nog niet overdadig aanwezig zijn, kan er in een voorjaarsexcursie ook aan het kleine spul aandacht besteed worden. Op plantenstengels zijn een grote verscheidenheid aan kleine soorten te vinden. Het bestuderen van dode plantenstengels met een loepje leverde onder andere op:

  • het brandnetelklokje (Calyptella capula),
  • het gewoon geleikelkje (Crocicreas cyathoideum),
  • de viltige mollisia (Mollisia clavata).

Ook de laatste twee waren nog niet eerder in het Leeuwarder bos gemeld.

Uiteindelijk bleef na een rustige wandeling van twee uur de teller op 27 soorten staan, een zeer goede score in het voorjaar. Tien hiervan zijn nieuw voor het Leeuwarder Bos. Hoe het ook zij, het Leeuwarder Bos is een plek om in de gaten te houden, het moet zondermeer een veelvoud van de 86 soorten die nu door de werkgroep zijn geregistreerd, op kunnen leveren.