Menu

Fogelsanghstate (Veenklooster)

Op een mooie herfstdag had een grote groep zich op het parkeerterrein van de Fogelsanghstate verzameld. Het is natuurlijk een inspirerende start van een excursie, als je uit de auto stapt en direct al fraaie, relatief forse paddenstoelen ziet. Onder eiken aan de rand van het parkeerterrein stonden het schaapje (Lactifluus vellereus) en grofplaatrussula's (Russula nigricans), met op hun wegrottende hoeden de poederzwamgast (Asterophora lycoperdoides). Drie soorten als proloog van een excursie die uiteindelijk 72 soorten zou opleveren.

schaapje en poederzwamgast (©Sjoerd Greydanus & Bregtje Miedema)
schaapje en poederzwamgast
(©Sjoerd Greydanus (links) en Bregtje Miedema (rechts))

Het Veenkloosterbos is in 1840 aangelegd, maar sommige lanen zijn nog ouder. Het Veenkloosterbos kenmerkt zich door een grote variƫteit aan bomen waarvan sommige eiken al ouder zijn dan 200 jaar. Ook bevinden zich enkele kolossale beuken in het park. Diversiteit in soorten en ouderdom levert vaak een diversiteit aan mycorrhiza-soorten op. Tijdens deze excursie hoefden we dan ook geen grote afstanden af te leggen om een groot aantal mycorrhiza-soorten te vinden:

  • de grote vaalhoed (Hebeloma sinapizans) groeit voornamelijk onder eiken en beuken. Tijdens deze excursie was hij de enige voorkomende soort van de vaalhoeden;
  • zoals de naam al zegt heeft de vissige eikenrussula (Russula graveolens) een voorkeur voor eiken. Deze soort stond vrij massaal in een door eiken omzoomd plantsoen;
  • de paarssteelvezelkop (Inocybe pusio) is in Friesland een vrij zeldzame soort. Deze soort is slecht nog een tiental keer in Friesland gemeld.

Het was ook duidelijk, dat (sommige) beuken het moeilijk hebben in het Veenkloosterbos. Aan de voet van enkele beuken groeide de reuzenzwam (Meripulus giganteus), en de porseleinzwam (Oudemansiella mucida) had zich hoog in de top van een beuk genesteld. Omdat de knolhoningzwam (Armillaria lutea) op ondergronds hout groeit, was het niet duidelijk of deze soort een plek op dode wortels van beuk had gevonden.

Naast bomen kunnen paddenstoelen ook insecten aantasten. De bepoederde rupsendoder (Isaria farinosa) werd talloze malen gevonden. Deze komt vooral onder eiken voor, en lijkt zich graag goed te doen aan de poppen van de eikenspanner. Verder werd nog een soort insectendoder op een keverachtige soort gevonden.

vissige eikenrussula, knolhoningzwam en isaria-achtige soort (©Henk Dijkstra & Sjoerd Greydanus)
vissige eikenrussula, knolhonigzwam en soort insectendoder
(©Henk Dijkstra (links,rechts) en Sjoerd Greyanus (midden))

Dankzij het vele dode hout en de afgestorven planten was deze excursie ook aan rijk aan korstzwammen en strooiselafbrekers. Het anamorfe stadium van het priemharig korstje (Subulicystidium longisporum) vormt kleine bolletjes en lijkt daarmee sterk op de korreltjeszwam. Onder de microscoop zijn al snel de priemvormige cystiden van de eerste soort te zien. Het priemharig korstje is in Friesland zeer zeldzaam.

Nog zeldzamer is het dwerggoudbolletje (Oligonema schweinitzii). Als de bolvormige klompjes werkelijk goud geweest zouden zijn, was er waarschijnlijk een goudkoorts naar Friesland losgebarsten. Deze slijmzwam is in Nederland nog geen tien keer gemeld, en tijdens de excursie is deze soort voor de eerste keer in Friesland gevonden.

De varenmycena (Mycena pterigena) werd voor de tweede keer in Friesland gevonden. Deze zachtroze mycena kenmerkt zich door een felgekleurde roodachtige lamelsnede. Hij groeit op afgestorven stengels van varens. Mogelijk wordt hij vaker gevonden, als men gericht op stengels van afgestorven varens gaat zoeken. Tot nu toe is het sneupen in varens nog niet tot een vast ritueel tijdens excursies geweest.

priemharig korstje (anamorf), dwerggoudbolletje en de varenmycena (©Bregtje Miedema en Sjoerd Greydanus)
priemharig korstje (anamorf), dwerggoudbolletje en de varenmycena
(©Bregtje Miedema (links,midden) en Sjoerd Greydanus (rechts))

Enkele waargenomen soorten...