Menu

Schwartzenbergerbos (Noordbergum) - 9 november 2019 (14-12-2019)

Een kille, mistige ochtend weerhield vijf werkgroepleden niet om aan de laatste excursie van 2019 deel te nemen. Deze werd gehouden in het Schwartzenbergerbos bij Noordbergum, een recentelijk op voormalig landbouwgrond aangelegd perceel bos. Door het bos slingert zich een breed pad dat ook door mountainbikers wordt gebruikt. Laat in de herfst was de bodem door een dikke strooisellaag bedekt.

Het wekte dan ook geen verbazing, dat door het gehele bos verspreid vele strooiselafbrekers groeiden, zoals de nevelzwam (Clitocybe nebularis) en de roodbruine schijnridderzwam (Lepista flaccida).

Als houtafbreker kwam de streepsteelmycena (Mycena polygramma) in grote getale voor, ook regelmatig aan de voet van bomen.

streepsteelmycena (©Henk Dijkstra)
streepsteelmycena
(©Henk Dijkstra)

Van de vijftig gevonden soorten behoorden 33 tot de houtafbrekers, dus met recht kan gezegd worden, dat deze excursie vooral een houtzwammenexcursie was. In een relatief jong bos komt vooral veel weinig verteerd dood hout voor. Het plooivlieswaaiertje (Plicaturopsis crispa) heeft een sterke voorkeur voor nog niet sterk verteerde stammetjes, die het vaak over een grote lengte kan bedekken.

Het loodkleurig netplaatje (Dictydiaethalium plumbeum) lijkt vooral in de late herfst voor te komen, zelfs tot aan februari als de winters zacht en vochtig zijn. Op een dode stam werd deze slijmzwam in verschillende stadia gezien, van nog jonge oranje tot rijpe grijze vruchtlichamen.

Paarse knoopzwammen moeten altijd microscopisch gecontroleerd worden. Aan de buitenzijde is niet te zien, of je te maken hebt met de paarse knoopzwam of met de grootsporige paarse knoopzwam. Het gevonden exemplaar in het Schwartzenbergerbos bleek de paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides) te zijn. Ook deze soort kan tijdens vochtige winters tot aan februari/maart veel gevonden worden.

plooivlieswaaiertje, loodkleurig netplaatje en paarse knoopzwam (©Henk Dijkstra)
plooivlieswaaiertje, loodkleurig netplaatje en paarse knoopzwam
(©Henk Dijkstra)

Waar eiken staan, vind je natuurlijk ook soorten die een voorkeur voor eikenhout hebben. Het eikentakstromakelkje (Rutstroemia firma) en de oranje aderzwam (Phlebia radiata) groeien vooral op eik, maar kunnen zo nu en dan ook op andere soorten hout worden gezien. De zwarte viltzwam (Chaetosphaerella phaeostroma) daarentegen komt op meerdere soorten voor.

zwarte viltzwam, oranje aderzwam en eikentakstromakelkje (©Henk Dijkstra)
zwarte viltzwam, oranje aderzwam en eikentakstromakelkje
(©Henk Dijkstra)

Enkele waargenomen soorten...

Marswâl (Rohel) - 12 oktober 2019 (27-11-2019)

Toen een vijftal werkgroepleden het bruggetje naar de Marswâl waren overgestoken en op het dijkje stonden, keken ze uit over een vlakte die totaal ondergelopen leek te zijn. Er was dus geen andere keuze om op de dijk te beginnen. Gelukkig bleken hier al vrij snel enkele soorten gevonden te worden, zoals de grijsbruine grasmycena (Mycena aetites) en de okergele stropharia (Stropharia coronilla), voldoende inspiratie om het gebied verder te onderzoeken.

grijsbruine grasmycena, spitse vlekplaat en bleekbruine bekerzwam (©Sjoerd Greydanus)
grijsbruine grasmycena, spitse vlekplaat en bleekbruine bekerzwam
(©Sjoerd Greydanus)

De spitse vlekplaat (Panaeolus acuminatus) heeft een voorkeur matig bemeste graslanden en plantsoenen. De steel is meestal fraai bepoederd, en kan tot een tiental centimeters lang worden. Behalve op de klei komt de spitse vlekplaat verspreid in Friesland voor. Voor de Marswâl was het één van de 27 soorten die voor de eerste keer in het gebied werden genoteerd.

Hier en daar zijn er in de Marswâl plekjes met houtsnippers en/of stobben. Zulke plekken worden snel door houtafbrekende paddenstoelen in beslag genomen, en gelukkig niet alleen door de zeer algemene gewone zwavelkop (Hypholoma fasciculare). Op houtsnippers groeide de bleekbruine bekerzwam (Peziza repanda) met verschillende vruchtlichamen waarvan enkele al vrij fors waren uitgegroeid. Hoewel in de literatuur veelal humus als substraat vermeld wordt, blijkt deze soort toch vooral op hout voor te komen, zo is uit onderzoek in Drenthe gebleken, met name els.

kleinsporige franjehoed, adonismycena en zwartwordende wasplaat (©Sjoerd Greydanus)
kleinsporige franjehoed, adonismycena en zwartwordende wasplaat
(©Sjoerd Greydanus)

Op een stronk stond een groepje kleine, bruine paddenstoelen. Omdat ze zeer met water waren verzadigd, was niet direct duidelijk om wat voor soort het zou kunnen gaan, al bestond het vermoeden, dat het een soort franjehoed zou kunnen zijn. Onder de microscoop werd dit al snel bevestigd. De combinatie van kleine sporen en de vorm van de cystiden liet daarna geen enkele twijfel meer bestaan. De kleinsporige franjehoed (Psathyrella laevissima) is in Friesland nog niet vaak gevonden. Marswâl is nu de derde vindplaat in Friesland.

Naast de vele grijs- en bruinachtige soorten werden ook nog enkele kleurrijke paddenstoelen gezien. De fraaie rozerode adonismycena (Mycena adonis) contrasteerde sterk met het nog groene gras. Deze soort stond verspreid in het gehele gebied. Van de wasplaten werd alleen de zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica) gevonden.

In totaal leverde de excursie 39 soorten op. Enkele waargenomen soorten...

Ritskebos (Burgum) - 28 september 2019 (06-11-2019)

Dankzij de vele neerslag en de relatief hoge temperaturen was al duidelijk geworden, dat het voor de paddenstoelen eindelijk weer eens een goede herfst was. De werkgroepleden waren op 28 september 2019 dan ook bij voorbaat erg enthousiast voor de excursie naar het Ritskebos, dat nog nooit op het excursie-programma had gestaan.

gezoneerde stekelzwam, dwerghertenzwam en kortstelige veldridderzwam (©Sjoerd Greydanus)
gezoneerde stekelzwam, dwerghertenzwam en kortstelige veldridderzwam
(©Sjoerd Greydanus)

De excursie begon direct goed langs de berm van de Ritskeloane, en ook langs het schelpenpad bleek het rijk aan paddenstoelen te zijn. De excursie leverde uiteindelijk 75 soorten op waarvan twee nieuw voor Friesland.

De berm van de Ritskeloane bleek een goede voedingsbodem te zijn voor talloze schaapjes (Lactifluus vellereus), gewone eekhoorntjesbroden (Boletus edulis) en panteramanieten (Amanita pantherina). Ook de gezoneerde stekelzwam (Hydnellum concrescens) had in de berm een plekje gevonden.

Tussen al deze forse paddenstoelen werd ook een klein bekerzwammetje ontdekt, slechts enkele centimeters in doorsnede. Het leek enigszins op de kleine bruine bekerzwam, maar het was niet alleen kleiner, maar ook minder dicht met bruine haren bezet. Na microscopisch onderzoek werd al snel duidelijk, dat de kleine bruine bekerzwam inderdaad een dubbelganger heeft, namelijk de afgeplatte grondbekerzwam (Geopora tenuis). De afgeplatte grondbekerzwam was nog niet eerder in Friesland gemeld.

Hoewel de gekraagde aardster (Geastrum triplex) geen zeldzaamheid is, is het toch altijd bijzonder de typische tulpenbollen te vinden, het beginstadium van deze fraaie aardster. De kortstelige veldridderzwam (Melanoleuca brevipes) had zich wat meer tussen de bramen verborgen. Even later werd nog de zwartwitte veldridderzwam (Melanoleuca polioleuca) gevonden.

Op stukjes hout stond massaal het wieltje (Marasmius rotula), in gezelschap van de dwerghertezwam (Pluteus nanus).

elfenschermpje en schijfsteelmycena (©Sjoerd Greydanus)
elfenschermpje en schijfsteelmycena
(©Sjoerd Greydanus)

De roze mycena's kunnen nog wel eens discussie opleveren, omdat er enkele soorten zijn die sterk op elkaar lijken. Meestal richt de discussie zich dan op het gewoon elfenschermpje (Mycena pura) en het heksenschermpje (Mycena rosea). Met name het elfenschermpje is een zeer variabele soort. Toch zijn er op het oog enkele verschillen: het heksemschermpje oogt als een vrij plompe paddenstoel, omdat de verhouding tussen de steel en de hoed niet groter is dan anderhalf. Bovendien loopt de steel van het heksenschermpje vanaf de basis sterk taps toe naar de top. De exemplaren in het Ritskebos waren duidelijk slank, zonder een slanke steeltop en een sterk verbrede steelvoet. Duidelijk was, dat het dus om het elfenschermpje ging.

De schijfsteelmycena (Mycena stylobates) daarentegen lijkt in zijn verse vorm bijna onmiskenbaar. De kleine witte mycena heeft een relatief stevige schijf aan de steel.

Tussen het mos werden op twee verschillende plekken kleine oranje bekerzwammetjes gevonden. Omdat er meerdere oranje soorten zijn die op mos groeien, moesten de schijfjes mee worden genomen voor microscopisch onderzoek. Het schijfje bleek prachtige, ronde en met oliedruppels gevulde sporen te hebben, met een gemiddelde doorsnede van 17 µm, kenmerken die precies passen bij het groot moskussentje (Pulvinula convexella).

Het groot moskussentje komt volgens de literatuur vooral langs schelpenpaden voor. Helaas zijn de schelpenpaden in Nederland langzamerhand door asfalt vervangen, maar door het Ritskebos is nog een schelpenpad aangelegd, wat onmiddellijk zeldzame paddenstoelen oplevert.

In het veld zijn natuurlijk niet alle paddenstoelen direct te benoemen. Bij determinatie van de vele korstzwammen bleek er een nieuwe soort voor Friesland meegenomen te zijn. Het roestgeel rouwkorstje (Tomentella bryophila) is een zeldzame soort die een voorkeur lijkt te hebben voor een enigszins basisch milieu. Mogelijk dat het schelpenpad ook voor deze soort van belang is.

groot moskussentje (©Sjoerd Greydanus)
groot moskussentje
(©Sjoerd Greydanus)