Menu

Ottema-Wiersmareservaat - 3 oktober 2020 (18-10-2020)

Vanwege de Corona-crisis was het ook voor de Paddenstoelen Werkgroep Friesland bijna onmogelijk om activiteiten te organiseren. Toch begint het bij iedere mycoloog te kriebelen, als in de herfst massaal de paddenstoelen verschijnen. Daarom werd uiteindelijk besloten om met een kleine groep naar een gebied te gaan waar nog weinig soorten bekend waren. Dit bleek het Ottema-Wiersmareservaat te zijn, een natuurgebied waarvoor in kilometerhok 192-583 nog slechts 2 (!!) soorten geregistreerd stonden.

Het Ottema-Wiersmareservaat is een terrein van het It Fryske Gea dat normaliter voor het publiek is afgesloten. Gelukkig kreeg de Paddenstoelen Werkgroep Friesland toestemming om het natte terrein op paddenstoelen te inventariseren. Ruwweg gezegd bestond het onderzochte deel uit een grasland met veenmos en bosschages met ondermeer els, berk en wilg. Een afwisselend terrein op een relatief klein oppervlak vormt vaak een goede basis voor een verscheidenheid aan paddenstoelen.

In het vochtige veenmos werden de eerste paddenstoelen dan ook al snel gevonden. In eerste instantie torende het groot mosklokje (Galerina clavata) boven alles uit. Het groot mosklokje is niet specifiek gebonden aan veenmos, maar kan in ieder type grasland gevonden worden, en is daardoor een zeer algemeen mosklokje.

Kort daarna werd dan de eerste aan veenmos gebonden soort gezien.

Groot mosklokje (©Sjoerd Greydanus)
groot mosklokje
(©Sjoerd Greydanus)

Het veenmosvuurzwammetje (Hygrocybe coccineocrenata) is op zicht al gemakkelijk te herkennen, doordat de hoed in het midden kleine zwarte schubjes heeft. Verder heeft dit vuurzwammetje vaak een enigszins trechtervormig uiterlijk. Door zijn gebondenheid aan veenmos is dit vuurzwammetje zeldzaam in Nederland. In het Ottema-Wiersmareservaat stonden ze op een handvol plekken tussen het veenmos.

Het gewone vuurzwammetje (Hygrocybe miniata) daarentegen stond wel verspreid in het hele gebied, omdat het minder eisen aan zijn biotoop stelt. Ook het oranjegeel trechtertje (Rickenella fibula), het paarsharttrechtertje (Rickenella swartzii) en de grasleemhoed (Agrocybe pediades) zijn weinig kieskeurig, en het verbaasde dan ook niet, dat deze soorten in het reservaat werden aangetroffen.

De berken-elzenbosjes leverden ook een groot aantal soorten op. De kleine berkenrussula (Russula nitida) en de roze berkenrussula (Russula betularum) zijn algemene begeleiders van berken.
Elzen worden vaak begeleid door elzenzompzwammen, zeker waar het milieu enigszins vochtig is. Naast de algemene bleke elzenzompzwam (Alnicola escharoides) werd ook de zeldzamere fijnschubbige elzenzompzwam gevonden (Alnicola subconspersa). Deze soort onderscheidt zich van andere elzenzompzwammen door de fijnschubbige hoed.
Waar houtsnippers lagen, groeide massaal het zemelig donsvoetje (Tubaria conspersa).

fijnschubbige elzenzompzwam, gewoon vuurzwammetjes en zemelig donsvoetje (©Sjoerd Greydanus)
fijnschubbige elzenzompzwam, gewoon vuurzwammetjes en zemelig donsvoetje
(©Sjoerd Greydanus)

De bosschages bleken vooral goed te zijn voor korstzwammen. Er werden een vijftiental soorten op stammen en takken gevonden. Het ruwsporig harskorstje (Basidiodendron caesiocinereum) en de wimpertandjeszwam (Hyphodontia subalutacea) zijn matig algemeen, het pegeldwergkorstje (Trechispora nivea) is vrij zeldzaam.

Zoals veel excursies eindigde ook deze excursie met een topper. Tijdens de middagwandeling werd een zwarte klonter in het gras gezien. Het leek iets van een slijmzwam. Op goed geluk meegenomen werd een deel meegenomen, in de hoop, dat het goed zou rijpen. En zowaar, dat deed het wonderwel. Het bleek het zeer zeldzame lilaroze kalknetje (Badhamia lilacina) te zijn, de zevende melding in Nederland na 1990.

De uiteindelijke lijst telde ruim vijftig soorten, en dat geeft al aan, dat het Ottema-Wiersmareservaat een potentieel rijk gebied voor paddenstoelen is.

Schwartzenbergerbos (Noordbergum) - 9 november 2019 (14-12-2019)

Een kille, mistige ochtend weerhield vijf werkgroepleden niet om aan de laatste excursie van 2019 deel te nemen. Deze werd gehouden in het Schwartzenbergerbos bij Noordbergum, een recentelijk op voormalig landbouwgrond aangelegd perceel bos. Door het bos slingert zich een breed pad dat ook door mountainbikers wordt gebruikt. Laat in de herfst was de bodem door een dikke strooisellaag bedekt.

Het wekte dan ook geen verbazing, dat door het gehele bos verspreid vele strooiselafbrekers groeiden, zoals de nevelzwam (Clitocybe nebularis) en de roodbruine schijnridderzwam (Lepista flaccida).

Als houtafbreker kwam de streepsteelmycena (Mycena polygramma) in grote getale voor, ook regelmatig aan de voet van bomen.

streepsteelmycena (©Henk Dijkstra)
streepsteelmycena
(©Henk Dijkstra)

Van de vijftig gevonden soorten behoorden 33 tot de houtafbrekers, dus met recht kan gezegd worden, dat deze excursie vooral een houtzwammenexcursie was. In een relatief jong bos komt vooral veel weinig verteerd dood hout voor. Het plooivlieswaaiertje (Plicaturopsis crispa) heeft een sterke voorkeur voor nog niet sterk verteerde stammetjes, die het vaak over een grote lengte kan bedekken.

Het loodkleurig netplaatje (Dictydiaethalium plumbeum) lijkt vooral in de late herfst voor te komen, zelfs tot aan februari als de winters zacht en vochtig zijn. Op een dode stam werd deze slijmzwam in verschillende stadia gezien, van nog jonge oranje tot rijpe grijze vruchtlichamen.

Paarse knoopzwammen moeten altijd microscopisch gecontroleerd worden. Aan de buitenzijde is niet te zien, of je te maken hebt met de paarse knoopzwam of met de grootsporige paarse knoopzwam. Het gevonden exemplaar in het Schwartzenbergerbos bleek de paarse knoopzwam (Ascocoryne sarcoides) te zijn. Ook deze soort kan tijdens vochtige winters tot aan februari/maart veel gevonden worden.

plooivlieswaaiertje, loodkleurig netplaatje en paarse knoopzwam (©Henk Dijkstra)
plooivlieswaaiertje, loodkleurig netplaatje en paarse knoopzwam
(©Henk Dijkstra)

Waar eiken staan, vind je natuurlijk ook soorten die een voorkeur voor eikenhout hebben. Het eikentakstromakelkje (Rutstroemia firma) en de oranje aderzwam (Phlebia radiata) groeien vooral op eik, maar kunnen zo nu en dan ook op andere soorten hout worden gezien. De zwarte viltzwam (Chaetosphaerella phaeostroma) daarentegen komt op meerdere soorten voor.

zwarte viltzwam, oranje aderzwam en eikentakstromakelkje (©Henk Dijkstra)
zwarte viltzwam, oranje aderzwam en eikentakstromakelkje
(©Henk Dijkstra)

Enkele waargenomen soorten...

Marswâl (Rohel) - 12 oktober 2019 (27-11-2019)

Toen een vijftal werkgroepleden het bruggetje naar de Marswâl waren overgestoken en op het dijkje stonden, keken ze uit over een vlakte die totaal ondergelopen leek te zijn. Er was dus geen andere keuze om op de dijk te beginnen. Gelukkig bleken hier al vrij snel enkele soorten gevonden te worden, zoals de grijsbruine grasmycena (Mycena aetites) en de okergele stropharia (Stropharia coronilla), voldoende inspiratie om het gebied verder te onderzoeken.

grijsbruine grasmycena, spitse vlekplaat en bleekbruine bekerzwam (©Sjoerd Greydanus)
grijsbruine grasmycena, spitse vlekplaat en bleekbruine bekerzwam
(©Sjoerd Greydanus)

De spitse vlekplaat (Panaeolus acuminatus) heeft een voorkeur matig bemeste graslanden en plantsoenen. De steel is meestal fraai bepoederd, en kan tot een tiental centimeters lang worden. Behalve op de klei komt de spitse vlekplaat verspreid in Friesland voor. Voor de Marswâl was het één van de 27 soorten die voor de eerste keer in het gebied werden genoteerd.

Hier en daar zijn er in de Marswâl plekjes met houtsnippers en/of stobben. Zulke plekken worden snel door houtafbrekende paddenstoelen in beslag genomen, en gelukkig niet alleen door de zeer algemene gewone zwavelkop (Hypholoma fasciculare). Op houtsnippers groeide de bleekbruine bekerzwam (Peziza repanda) met verschillende vruchtlichamen waarvan enkele al vrij fors waren uitgegroeid. Hoewel in de literatuur veelal humus als substraat vermeld wordt, blijkt deze soort toch vooral op hout voor te komen, zo is uit onderzoek in Drenthe gebleken, met name els.

kleinsporige franjehoed, adonismycena en zwartwordende wasplaat (©Sjoerd Greydanus)
kleinsporige franjehoed, adonismycena en zwartwordende wasplaat
(©Sjoerd Greydanus)

Op een stronk stond een groepje kleine, bruine paddenstoelen. Omdat ze zeer met water waren verzadigd, was niet direct duidelijk om wat voor soort het zou kunnen gaan, al bestond het vermoeden, dat het een soort franjehoed zou kunnen zijn. Onder de microscoop werd dit al snel bevestigd. De combinatie van kleine sporen en de vorm van de cystiden liet daarna geen enkele twijfel meer bestaan. De kleinsporige franjehoed (Psathyrella laevissima) is in Friesland nog niet vaak gevonden. Marswâl is nu de derde vindplaat in Friesland.

Naast de vele grijs- en bruinachtige soorten werden ook nog enkele kleurrijke paddenstoelen gezien. De fraaie rozerode adonismycena (Mycena adonis) contrasteerde sterk met het nog groene gras. Deze soort stond verspreid in het gehele gebied. Van de wasplaten werd alleen de zwartwordende wasplaat (Hygrocybe conica) gevonden.

In totaal leverde de excursie 39 soorten op. Enkele waargenomen soorten...