Paarse eikenschorszwam (Peniophora quercina)
Zoals de naam aangeeft is de paarse eikenschorszwam bijna uitsluitend aan eiken gebonden. Van de meer dan duizend meldingen zijn slechts vier met een ander substraat opgegeven. De meeste eiken hebben wel een tak die door de paarse eikenschorszwam is aangetast, maar meestal wordt dit pas zichtbaar, als de tak na een stormachtige wind is afgebroken en op de grond ligt. De paarse eikenschorszwam is in Friesland een zeer algemene soort. Hij staat zo rond de dertigste plaats van de meest voorkomende soorten.
De paarse eikenschorszwam is mede herkenbaar aan het voorkomen van de gele trilzwam (Tremella mesenterica). De gele trilzwam parasiteert op de paarse einkenschorszwam, en de verspreiding van beide soorten komt dan ook grotendeels overeen.
Vaak contrasteert de paarse eikenschors sterk met op dezelfde tak groeiende korstmossen, zoals het groot dooiermos (Xantharia parietina).
Zie ook:
Verspreidingskaart
Periodiciteit
| ID-kaart | |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam: | Peniophora quercina |
| Nederlandse naam: | Paarse eikenschorszwam |
| Friese naam: | Pearse koarstswam |
| Aantal meldingen: | 1398 |
| Aantal kilometerhokken: | 504 |
| Eerste melding: | 25-11-1981, 200-560, Vindplaats niet bekend |
| Laatste melding: | 14-03-2026, 189-586, Aldtsjerk, Grikelân en Turkije |
| Zeldzaamheidsklasse (Frl): | algemeen |
| In Fries basisregister: | nee |