Menu

12 september 2026 - Ottema-Wiersmareservaat (Hurdegaryp)

(c) Sjoerd Greydanus

Evenals als vorig jaar zorgden hitte en droogte voor een maandenlange periode zonder paddenstoelen. Gelukkig kwam in september daar verandering in, en verschenen na regenval zoveel paddenstoelen, dat de Paddestoelen Werkgroep Friesland weer een excursie kon organiseren. De werkgroep koos ervoor om de eerste excursie van het najaar in het Ottema-Wiersma reservaat te houden. Dit gebied was in 2020 ook door de werkgroep bezocht en had toen prachtige vondsten opgeleverd (zie: 03 oktober 2020 - Ottema-Wiersmareservaat). Acht werkgroepleden gingen dan ook vol optimisme en enthousiasme het gebied in.

Het Ottema-Wiersma-reservaat is in eerste instantie bijzonder door de aanwezigheid van veenmos. Veenmos vormt een apart biotoop, met een specifiek groep van paddenstoelen, die min of meer aan het veenmos gebonden zijn. Gelukkig liepen we direct al twee veenmossoorten tegen het lijf.

Het vlokkig veenmosklokje (Galerina paludosa) kenmerkt zich ondermeer door de vlokkige steel en is daardoor als in veenmos groeiend mosklokje relatief gemakkelijk te herkennen (foto 1). Het werd gezelschap gehouden door talloze exemplaren van het veenmosvuurzwammetje (Hygrocybe coccineocrenata) (foto 2). Net als het gewoon vuurzwammetje (Hygrocybe miniata) dat ook het in het gebied werd gevonden, vallen de felrode vruchtlichamen sterk op. In de groep van in het veenmos staande paddenstoelen was ook het groot mosklokje (Galerina clavata) nog van de partij.

Omdat er in het veenmos geen andere soorten meer werden gevonden, ging de groep door naar het aangrenzende bosgebied, ook om naar hout- en korstzwammen te zoeken. Enkele korstzwammen die werden gevonden, waren: penseeltandjeszwam (Hyphodontia nespori), gespentrosvlies (Botryobasidium subcoronatum) en kransbekerharskorstje (Peniophorella praetermissa). Daarnaast werden ook min of meer korstvormende houtzwammen gezien. Eén van de fraaiste was de bloedende buisjeszwam (Physisporinus sanguinolentus). Bij licht aanraken van de poriën kleuren deze rood, eerst een subtiel lichtrood dat langzamerhand verkleurt naar diep bruinrood (foto 3).

Riet heeft een hele scala aan specifieke soorten, vooral kleinere ascomyceten. Voor de meeste mycologen is riet niet aantrekkelijk genoeg om daarin rond te sneupen. Al halfvergane, op de grond liggende rietstengels daarentegen zijn gemakkelijker te bekijken. En het kostte niet veel moeite om het rietwieltje (Marasmius limosus) te ontdekken. Het rietwieltje is een klein paddenstoeltje maar valt op doordat het meestal in groepjes aanwezig is (foto 4).

Berken hebben hun eigen begeleiders. De bruingrijze berkenboleet (Leccinum cyaneobasileucum) is de algemeenste berkenboleet en kan overal waar berken staan wel gevonden worden. Het exemplaar dat we vonden tijdens de excursie viel vooral door zijn grootte op (foto 5).

Een andere begeleider van berken is de berkenridderzwam (Tricholoma fulvum). Hoewel deze soort ook algemeen in Friesland is, wordt hij tijdens excursies zelden gevonden. In de geeschiedenis van de werkgroep is dit de tweede vondst tijdens een excursie. De andere melding was in 2011 (!) bij het Canadameer in Appelscha (foto 6).

Wat wel direct werd herkend als een unieke vondst voor de werkgroep waren een paar kleine inktzwammetjes op keutels, vermoedelijk van een ree. Overigens wordt het enthousiasme ook direct getemperd, omdat zulke inktzwammetjes snel vergaan en daardoor niet op naam gebracht kunnen worden. Door een keutel mee te nemen, kun je het geluk hebben, dat het fructificeren van de inktzwam thuis nog even doorgaat. En dat was het geval, zodat het paddenstoeltje de naam nietige mestinktzwam (Coprinellus pusillulus) kon krijgen (foto 7). Deze inktzwam is in geheel Nederland zeldzaam, maar dat heeft waarschijnlijk te maken met de korte levensduur van de inktzwam en het specifieke substraat.

Een andere zeldzaamheid was de harige harpoenzwam (Hohenbuehelia fluxilis). Harpoenzwammen zijn altijd zijdelings aangehecht en zijn microscopisch gemakkelijk te herkennen aan de cystiden. Deze soort onderscheidt zich dan weer door de aanwezigheid van tweesporige basidiën. In Friesland is deze soort nu zeven keer gemeld (foto 8).

De meeste bijzondere vondst van de excursie was niet een paddenstoel, maar een vleesetende plant. De paarse trompetbekerplant (Sarracenia purpurea) groeit in venen en komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika. In Nederland is deze soort nog slecht weinig in het wild aangetroffen (foto 9).

Met talloze bijzonderheden en zeldzaamheden en meer dan de helft nieuwe soorten voor het gebied hadden de deelnemers een prachtige start van de herfst.

Enkele waargenomen soorten...

Statistiek
Peildatum: 12 september 2026
Kilometerhok: 192-583
Aantal deelnemers: 8
Aantal soorten excursie: 34
Nieuw voor kilometerhok: 19
Totaal kilometerhok: 95