Een excursie begint altijd inspirerend, als je al direct op het parkeerterrein kunt beginnen. Vijf werkgroepleden verzamelden zich op het parkeerterrein aan de Boskwei, een terrein dat door eiken omzoomd wordt. En op dood hout van eiken is altijd wel een paddenstoel te vinden.
Enkele afgevallen takken waren bedekt met paarse eikenschorszwam (Peniophora quercina) in combinatie met het korstmos groot dooiermos (Xantharia parietina) (foto 1). De volgende aan eiken gebonden soort vonden we in het bos.
De eikentrilzwam (Exidia truncata) is in natte omstandigheden een veel voorkomende trilzwam op eiken. In verse omstandigheden is vormt deze soort fraaie gelobde vruchtlichamen die aan de buitenzijde fluweelachtig zijn. Ze hebben altijd één aanhechtingpunt (foto 2).
De zwarte trilzwam (Exidia plana) daarentegen kan uitdijen tot plakkaten die stammen of grote takken over een grote lengte kunnen overdekken. De zwarte trilzwam komt vaak op eik voor, maar groeit ook regelmatig op andere bomen, zoals op gevelde berken (foto 3).
Waar beuken staan, zijn in het voorjaar op beukendopjes bijna altijd de beukendopgeweizwam (Xylaria carpophila) en het gewoon franjekelkje (Lachnum virgineum) te vinden. De eerste is bestand tegen droge omstandigheden, de laatste is in vochtige omstandigheden op zijn mooist en verschrompelt snel, wanneer het zonnig en droog wordt (foto 4).
Het mosschelpje (Chromocyphella muscicola) verraadt zijn aanwezigheid door kringen in mos dat op stammen groeit, vaak van beuk, maar ook van andere bomen. De kring bestaat uit afgestorven mos. Wie dan met een loep kijkt, ziet tussen het mos de witte schelpjes in dichte groepen. Sinds in 2012 in Friesland bekend werd, dat deze kringen door een paddenstoel worden veroorzaakt, wordt de soort jaarlijks tientallen keren gemeld en behoort het tot de algemene soorten (foto 5).
De excursie leverde ook een tweetal nieuwe soorten voor Friesland op: het dennenharsviltkelkje (Lachnellula calycina) en de bolsporige boomkorst (Radulomyces rickii).
De eerste soort was een verrassing, want tijdens de excursie was niet opgevallen, dat ergens naaldhout zou kunnen liggen. Het dennenharsviltkelkje is in geheel Nederland zeldzaam. Dit viltkelkje groeit volgens de literatuur voornamelijk op naaldhout waar veel hars is afgescheiden. De meeste waarnemingen van het dennenharsviltkelkje zijn gedaan in het voorjaar.
De tweede soort behoort tot hetzelfde geslacht als de algemene ziekenhuisboomkorst (Radulomyces confluens). De bolsporige boomkorst onderscheidt zich door de bolvormige sporen. Volgens de verspreidingsatlas komt deze soort het meest in Drenthe en Groningen voor, en dat wijst op een waarnemerseffect.
Het aandeel van korstzwammen was voor deze excursie zeer hoog. Van deze korstzwammen is ook glitterend oploskorstje (Tubulicrinis accedens) zeer zeldzaam in Friesland, met slechts vijf meldingen. Verder werden er vier soorten uit het geslacht Hyphodontia aangetroffen, namelijk grootsporige wrattandjeszwam (Hyphodontia alutaria), kleinsporige wrattandjeszwam (Hyphodontia pallidula), de wimpertandjeszwam (Hyphodontia subalutacea) en de witte vlierschorszwam (Hyphodontia sambuci). Alleen de laatste is een zeer algemene soort die altijd wel ergens op dood hout groeit waar vlieren staan.
Na anderhalf uur door Grikelân en Turkije rondgezworven te hebben drong bij de deelnemers het besef door, dat de plaatjeszwammen schitterden door afwezigheid. Geen donsvoetjes (Tubaria furfuracea), geen zwavelkopjes (Hypholoma fasciculare), geen fluweelpootjes (Flammulina velutipes). Het enthousiasme was dan ook groot, toen op een omgevallen boom tussen de bramen enkele vruchtlichamen van de gewone oesterzwam (Pleurotus ostreatus) ontdekt werden. Normaliter wordt een oesterzwam alleen maar geregistreerd, maar nu moest de enige plaatjeszwam van de excursie toch even op de foto (foto 6).
Niet ver van de oesterzwam lagen enkele omgevallen berken. Op één daarvan groeiden spectaculair grote berkenzwammen (Piptoporus betulinus) (foto 7). Daarnaast werd ook nog een oud exemplaar van de roestkleurige borstelzwam (Hymenochaete rubiginosa) gevonden (foto 8).
De excursie leverde ruim dertig soorten op. Meer dan de helft was nieuw voor het kilometerhok. Kortom, we konden met een tevreden gevoel naar huis terugrijden.
Enkele waargenomen soorten...
| Statistiek | |
|---|---|
| Peildatum: | 14 maart 2026 |
| Kilometerhok: | 189-586 |
| Aantal deelnemers: | 5 |
| Aantal soorten excursie: | 34 |
| Nieuw voor kilometerhok: | 20 |
| Totaal kilometerhok: | 130 |